De Rode Khmer en de partybus

Op 19 mei 2019 keren we met de boot terug van Chi Phat naar de plek waar we drie dagen eerder achterop de motorbike zijn vertrokken. Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.44.23De shop blijkt ook een bushalte te zijn voor onze volgende bestemming en als, bij aankomst om 10.00 uur, blijkt dat die bus pas om 13.00 uur arriveert, brengen we daar onze tijd door. Er stopt een bus vanuit Sihanoukville en er stappen twee dames uit met grote rugzakken. Net als wij staan zij nu voor de keuze om achterop de motorbike te naar Chi Phat te gaan of voor 50 dollar met de boot. In het Engels vertel ik onze ervaring en dan blijken ze Nederlands te zijn. Het zijn zussen, geboren op Curacao maar naar Nederland gekomen om te studeren en hebben inmiddels allebei een goede baan. Vlak na hun studie hadden ze geen geld om te reizen en nu wel geld, maar geen tijd. Toch besloten ze om juist nu te gaan omdat ze bang zijn dat het er anders niet meer van komt. De ene zus kon een sabbatical nemen voor 6 maanden en de ander heeft ontslag genomen. Er ontstaat al snel een geanimeerd gesprek. Zij zijn pas een paar weken geleden aan hun reis begonnen en laven zich aan onze ervaringen. Wij zijn blij om weer even in het Nederlands onze ervaringen met iemand te kunnen delen.

Wanneer ik bij aankomst in het hotel in Koh Kong weer wifi heb, krijg ik een berichtje van één van de dames. Het is een berichtje dat, in het geval je even geen zin meer hebt in het hele ‘gedoe’ van reizen met weerbarstige tieners, je motivatie en enthousiasme direct weer terug is. Ik deel het berichtje graag:

“Hi Paul, leuk jou en je gezin te hebben ontmoet! D. en ik vinden het super knap, mooi en geweldig dat jullie de stap hebben genomen om met heel de familie deze reis te maken! Iets wat veel mensen denken dat onmogelijk is, krijgen jullie voor elkaar. De kids zullen jullie voor altijd dankbaar zijn. Deze reis zal een grote bijdrage hebben aan hun ontwikkeling en is zeker meer waard dan een jaar in de schoolbanken zitten! Wij zijn trouwens safe & sound gearriveerd in Chi Phat! Groetjes en nog heel veel reisplezier!”

We krijgen wel vaker soortgelijke reacties van reizigers die we onderweg ontmoeten maar om zo’n berichtje in het Nederlands te krijgen raakt me, in positieve zin.

In Koh Kong bevinden we ons (weer) vlakbij de Thaise grens en we hebben wederom een visum dat eerder verloopt dan onze geplande aanwezigheid in Cambodja. Verlenging van ons visum zou mogelijk zijn in Phnom Penh maar is, voor zover wij hebben kunnen nagaan, duurder dan een nieuw visum. De Duitse eigenaar van het hotel wil wel met ons naar Thailand, dan kan hij gelijk wat inkopen doen en het scheelt ons gedoe met vervoer. Zijn prachtige, vriendelijke, Cambodjaanse vrouw gaat gezellig mee achterin de minivan, maar vanwege een fikse echtelijke ruzie, nog voor we de straat uit zijn gereden, blijft zij alsnog achter. De Duitser is al begin zeventig en is ergens in zijn velen jaren in Azië zijn enthousiasme verloren. Wat er dan overblijft is een man die op alle Cambodjaanse aspecten iets aan te merken heeft, alles te duur vindt en waarschijnlijk het woord ‘tevreden’ verleerd is.

Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.44.16Maar, eerlijk is eerlijk, hij heeft ons geholpen zodat we allemaal weer een nieuw visum hebben om legaal nog tot 6 juni in Cambodja te kunnen verblijven. En wij hebben hem geholpen met de kosten van de benzine, want die stond natuurlijk, zonder overleg vooraf, op de rekening. En dat ie de rekening van de koffie in Thailand, die hij had voorgeschoten, met 100 baht verhoogt, daar doen we ook niet moeilijk over.

In Koh Kong is er vast meer te doen dan een bezoek aan Thailand brengen maar we vertrekken de volgende dag alweer. We gaan terug naar Phnom Penh, want 24 mei komt Dennis daar aan en voordat hij er is willen we nog naar de Indonesische ambassade voor een visum én we willen weer terug naar dat heerlijke appartement. Na contact te hebben gezocht krijgen we zelfs exact hetzelfde appartement op de 19e verdieping, tegen gereduceerd tarief.

Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.43.26

Ons eerste bezoek aan de ambassade blijkt volledig nutteloos, tenzij je de mededeling dat het vandaag gesloten is vanwege “public holiday” maar morgenochtend open voor visumaanvragen, met een beetje positieve wil als nuttig beschouwt, omdat we dan in elk geval weten dat we morgenochtend terecht kunnen.

23 mei, Remco is 13 jaar geworden! Marinka heeft zelfs een taart mét tekst op de kop weten te tikken. Ook de kaarsjes, apart aangeschaft, prijken op de feestelijke lekkernij, maar in het appartement is geen aansteker of lucifer te vinden helaas.

We gaan vandaag eerst weer naar de Indonesische ambassade om daar te horen dat we voor de kinderen bewijs van geboorte nodig hebben (die hebben we bij ons, maar in het appartement) én afschriften van de bank van de afgelopen drie (!!!) maanden. Dan blijkt ook nog dat ze er drie tot vijf werkdagen voor nodig hebben. Zoveel bureaucratie wekt bij mij al snel wrevel op waardoor ik onredelijk word en mijn best moet doen om niet te zeggen wat ik ervan vind. Ter plekke besluiten we dat we dan maar een ‘visa on arrival’ doen als we naar Bali vliegen. We zullen dan moeten besluiten of we een ‘verlengbaar’ (en dus betaald) visum aanvragen of een ‘niet-verlengbaar’ (gratis) visum aanvragen waarmee we na 30 dagen het land moeten verlaten.

Vanaf de ambassade gaan we naar het grote Aeon winkelcentrum waar we, vanwege Remco z’n verjaardag, de film Aladdin bekijken.

Vrijdag 24 mei verhuizen we van ons appartement Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.43.17naar een guesthouse in het centrum van Phnom Penh, dat is wat praktischer als we met Dennis dingen in de stad willen bezoeken. Met de taxi gaan Marinka, Sander en ik om 23.00 naar het vliegveld om hem op te vangen. Best spannend als je je realiseert dat hij pas 17 is, nog nooit buiten Europa is geweest en 10 uur (!!!) in Beijing moest doorbrengen alvorens door te vliegen naar Phnom Penh. Het is allemaal goed gegaan en vanaf nu zijn we de komende 12 dagen met z’n zessen.

De eerste dag dat Dennis er is doen we een beetje rustig aan. We bezoeken het paleis, een tempel en maken een boottochtje. Met Dennis in ons midden valt ons pas op hoe bruin we zijn geworden en hij moet dus flink smeren om te voorkomen dat ie verbrand. ’s Avonds brengen we een bezoek aan een kickboks-wedstrijd. De toegang is gratis maar dat wil niet zeggen dat het er amateuristisch aan toegaat. Sterker nog, de wedstrijden zijn gesponsord door Red Bull en worden op de Cambodjaanse televisie uitgezonden. Onze tuk-tuk-chauffeur annex gids vertelt dat het Khmer-boksen -vergelijkbaar met Muay Tai boksen maar mogelijk nog eerder ontstaan- erg populair is. De tijd van de Rode Khmer heeft echter alles verwoest en dus ook de kwaliteit van het Khmer-boksen. Desalniettemin is men gemotiveerd om weer tot de top te behoren en vooral de gevechten tegen Thaise boksers zijn belangrijk voor ze. Het is erg leuk om mee te maken hoewel het publiek redelijk tam blijft, zelfs tijdens de laatste twee gevechten waar een Thaise tegenstander in de ring staat. Hoe trots ze op hun sport zijn, kunnen we merken als we na afloop begeleid worden naar de kleedkamer om, als enigen, op de foto te gaan met de laatste (Cambodjaanse) bokser van vanavond. Zie die buikspieren!

Zondag 26 mei hebben we een tuk-tuk geboekt om ons naar de “Killing Fields” en ‘Tuol Sleng” te brengen. Gek genoeg heb ik hier al lang naar uitgekeken. De ‘Killing Fields’ was voor mij bekend als een plek die ‘heel heftig’ is en met de Rode Khmer te maken heeft. Hoe het precies zat met de Rode Khmer en wat me te wachten stond wist ik niet maar het is één van de bezoeken waarvan ik vind dat we die moeten ‘ondergaan’. Een bezoek waar mijn kinderen een nuttige, blijvende, herinnering aan over houden die ze niet uit de schoolboeken kunnen opdoen.

Om me voor te bereiden heb ik op internet informatie opgezocht én het boek gelezen dat door één van de overlevenden is geschreven die destijds vijf jaar was, toen het begon. De titel van de Nederlandse vertaling is: Eerst doodden ze mijn vader. Inmiddels heeft Netflix een verfilming van het boek gemaakt.

Cambodja was sinds 1860 onderdeel van Frans Indochina, met Prins Sihanouk als staatshoofd. Na de Tweede Wereldoorlog, toen er een wereldwijde beweging ontstond bij gekoloniseerde landen om zich los te maken, onafhankelijk te worden, bleef Cambodja niet achter. In alle onrust die er vervolgens ontstond, groeide de voorkeur voor het communisme. De Amerikanen, die bang waren voor het opkomende communisme, hebben oorlog gevoerd met de Noord-vietnamezen maar ook van 1964 tot 1973 2,7 miljoen ton aan bommen op Cambodja gegooid. In 1970 is Sihanouk afgezet door Lon Nol, die de goedkeuring had van de Amerikanen. Maar het land, zwaar gehavend door de bombardementen, zwelgend in armoede door alle politieke onrust en instabiliteit, vormde zo een broedplaats voor boosheid en agressie richting Amerika en het kapitalisme.

Pol Pot, die twee jaar als monnik in een boeddhistisch klooster had gestudeerd, vertrok naar Parijs voor een studie elektrotechniek. Daar kwam hij in aanraking met mensen die politiek actief waren en hij zodoende leerde over Stalin en Mao. Vanwege tegenvallende studieresultaten werd zijn beurs gestopt en keerde hij terug naar Cambodja om daar politiek actief te worden bij een communistische partij. Hij viel op en werkte zich op van leider van de Rode Khmer (1963) tot gekozen Minister-president in 1975. Terwijl Pol Pot zich terugtrok in de bergen aan de grens met Thailand, trokken de militairen van de Rode Khmer op 17 april 1975 de hoofdstad Phnom Penh binnen. Hoewel de bevolking in eerste instantie de militairen juichend binnenhaalden, sloeg de sfeer binnen enkele uren om toen bleek dat iedereen binnen 48 uur de stad moest verlaten. Pol Pot had een fantasie over een land waar geen klassenverschillen bestaan, waar bezit zich alleen bij Anchor (vertaald: de organisatie) bevindt, waar iedereen zich toelegt op het verbouwen van rijst, waar fysieke arbeid op het land prioriteit nummer 1 is en waar iedereen zich voor 100% onderwerpt aan Anchor.

Als gevolg van deze bizarre Maoistische fantasie waren intellectuelen overbodig. Alle bezitten werden afgenomen. Iedereen diende dezelfde zwarte kleding te dragen en wie Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.40.21niet functioneel ten behoeve van Anchor kon worden ingezet, was overbodig. Die ‘overbodigheid’ resulteerde in de dood. Afslachting. Om kogels uit te sparen, want die kostten geld, gebruikte men alles dat voor handen was om mannen, vrouwen, kinderen en zelfs baby’s, te vermoorden. Tegelijkertijd, op het platteland, moest de rijstproductie omhoog en daardoor moest men bijna dag en nacht werken. Het eten was op rantsoen en afhankelijk van de hoeveelheid rijst dat nog beschikbaar was na export aan China, in ruil voor wapens. Alleen al hierdoor stierven honderdduizenden de hongerdood. Landbouwmachines stonden werkloos weg te roesten in opslagloodsen omdat dat producten waren van het verderfelijke kapitalisme. De rijstvelden moesten met de hand bewerkt worden. Er waren ziekenhuizen, maar geen opgeleide artsen en geen medicijnen, het waren slechts voorportalen van de dood.

Schermafbeelding 2019-05-30 om 16.02.39Ons eerste bezoek vandaag betreft Choeung Ek, wat ooit een Chinese begraafplaats was maar door de Rode Khmer gebruikt voor executies en als massagraf. Met z’n zessen zitten we opgepropt in een tuk-tuk, bestuurd door een vrolijke Cambodjaan. Bij de ingang krijgen we allemaal een hoofdtelefoon en apparaat
waarop we in het Nederlands (!!!) begeleidt worden langs de overblijfselen van de massagraven. Er is concreet misschien niet ze heel veel te zien maar de informatie is zó intens en schokkend dat je niet veel fantasie meer nodig hebt. We ondergaan het bezoek allemaal op eigen houtje enerzijds vanwege de hoofdtelefoon anderzijds om je eigen gedachten en emoties een plek te kunnen geven.

Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.41.03

Ten tijde van de Rode Khmer wist niemand wat zich binnen de muren van deze locatie afspeelde. Er zijn honderden zogenaamde “Killing Fields” gevonden in Cambodja waarvan deze de bekendste is en opengesteld is voor publiek. Hier werden vooral gevangenen vanuit Tuol Sleng naartoe afgevoerd. Toen de Rode Khmer verjaagd was en de eersten gingen kijken wat er zich achter de muren bevond, was de aanblik zo afschuwelijk dat uit woede veel houten gebouwen direct verwoest zijn. Aan de hand van onderzoeken en opgravingen kwamen er meer en meer details naar boven over de wijze waarop en de omvang van het aantal slachtoffers.

Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.41.24

Als eindpunt van de rondleiding, wanneer alle gruwelijkheden tot in details over me uitgestort zijn, kom ik bij een stupa. Door het glas zie ik van buiten al de opgestapelde schedels liggen, maar als ik naar binnen ga en vlak voor me, aangestaard wordt door duizenden (!!!) schedels, gesorteerd op wijze waarop hij/zij is vermoord, lijkt de wereld even stil te staan. Ik krijg een brok in m’n keel. Iedere andere bezoeker die naar binnen gaat lijkt het op dezelfde manier te ondergaan en zie je geëmotioneerd iets wegslikken.

Als we de poort weer uitlopen zijn we toe aan een verfrissend drankje. We hebben even geen behoefte om hier met elkaar uitvoerig over te praten. De vrolijke tuk-tuk chauffeur komt erbij zitten en we praten over ‘koetjes en kalfjes’.

Na weer een lange en warme rit terug naar de stad komen we bij Tuol Sleng. Dit was ooit een lagere school waar kinderen les kregen en in de pauze buiten op de binnenplaats konden spelen, temidden van diverse fruitbomen. Toen in april 1975 Phnom Penh veranderd was in een spookstad omdat alle inwoners naar het platteland waren verdreven, heeft de Rode Khmer het schoolgebouw in gebruik genomen als gevangenis S-21 (security 21). Ook hiervan wist niemand wat zich binnen de muren afspeelde. Ook hier krijgen we een audio-toer in het Nederlands. Het eerste gebouw dat we bezoeken bevat nog steeds de lokalen alsof het een school is. De lokalen bevatten echter, als enig meubilair, één bed waar een gevangene aan vastgeketend werd en gefolterd werd. Het doel was gevangenen tot een (veelal verzonnen) bekentenis te dwingen om ze daarna te kunnen executeren. In elk lokaal hangt een grote foto die genomen is toen het Vietnamese leger binnenviel en de Rode Khmer gevlucht was, het laatste slachtoffer nog op het bed. De foto’s, de kale, kille lokalen met één stalen bed in het midden als stille getuigen van de wreedheden die hier hebben plaatsgevonden.

Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.40.11

Het begint te regenen als ik naar het tweede gebouw loop. Binnen zijn er veel foto’s. Via de hoofdtelefoon hoor ik de stem uitleggen dat het gebruikelijk is dat bij dit soort regimes de neiging bestaat om heel veel te registreren (denk ook aan de Nazi’s ten tijde van de Tweede Wereldoorlog). Van iedere gevangene werd een dossier aangelegd, met vastlegging van, in elk geval, naam, leeftijd, de lengte én een foto. Veel foto’s zijn bewaard gebleven en hier opgehangen. Het raakt me, aangestaard te worden door honderden mensen die na deze foto de meest weerzinwekkende folteringen hebben moeten doorstaan én uiteindelijk vermoord zijn.

Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.39.58

In het derde gebouw is het cellencomplex dat de Rode Khmer in de lokalen maakte nog in takt. Ik stap het gebouw binnen. Alleen. De rest is al verder en precies hier, op dit moment, zijn er geen andere bezoekers. Het is stil, de deuren van de piepkleine cellen waar de gevangenen aan de vloer vastgeketend waren, staan open, de tussenmuren van de lokalen zijn doorgebroken zodat de bewakers niet buitenom hoefden te lopen. Als muren konden praten…………..

 

Er volgen nog meer foto’s en persoonlijke verhalen van een handvol mensen die het om uiteenlopende redenen overleefd hebben. Er staan folterwerktuigen met toelichting. Geduldig luister ik de verschillende audio-fragmenten af. De leider, Pol Pot, is nooit berecht. Hij is gevlucht, de jungle in, vlakbij de grens met Thailand. Kreeg op enig moment ‘huisarrest’ maar heeft nog lang, namens de Rode Khmer, strijd gevoerd. In 1998 is hij overleden. Er zijn slechts een paar ‘kopstukken’ veroordeeld voor hun misdaden maar dat heeft decennia geduurd.

Hoewel de kinderen vast niet alle audio-fragmenten hebben afgeluisterd zie ik aan ze dat het indruk maakt. In de tuk-tuk terug naar het guesthouse praten we er over, maar wat ik eigenlijk zou willen zeggen, komt er niet uit, in elk geval niet zoals ik het zou willen.

Dinsdag hebben we een lange busreis, van Phnom Penh helemaal naar Battambang. Het voorste deel van de bus is gevuld met Cambodjanen en wij, als enige toeristen, zitten halverwege. De rest van de bus is leeg. Starend naar buiten, terwijl de stad overgaat in periferie en daarna een lint van gebouwen langs de weg met daarachter een groen landschap, overdenk ik de indrukken van eergisteren. De verschrikkelijke gebeurtenissen hebben relatief recent plaatsgevonden. Hoewel met een luier om, liep ik al rond terwijl duizenden kilometers verderop mensen elkaar iets aandeden waarvan ze nooit gedacht hadden daartoe in staat te zullen zijn. Na de Tweede Wereldoorlog zijn de Verenigde Naties opgericht om samen te werken ten behoeve van, onder andere, vrede en behoud van mensenrechten. De impact van die oorlog en de praktijken van de Duitsers jegens de Joden was zó gruwelijk, dat mocht nooit meer gebeuren! Maar het gebeurde wel, vier jaar lang, totdat de Vietnamezen er een eind aan maakte. En dat raakt me nog het meest: de wetenschap dat het nog weer ergens op de wereld zal gebeuren. We hebben zelfs recenter nog de genocide in Rwanda gehad tussen de Hutu’s en de Tutsi’s. En wat gebeurd er op dit moment in Myanmar door het leger jegens de Rohingya moslims? Het enge en treurige vind ik, dat je de individuen moeilijk volledig verantwoordelijk kunt houden voor alle excessen die ontstaan binnen zo’n regime. Hitler heeft (als ik mij niet vergis) nooit opgeroepen om Joden stelselmatig te vergassen. Hij wilde een ‘oplossing’ en anderen kregen de ruimte en gelegenheid om daar invulling aan te geven. Zo ook bij Pol Pot en de Rode Khmer. Het systeem zorgde ervoor dat je je leven moest vrezen als arbeider ofwel als Rode Khmer afgezant (in het geval de resultaten waar je verantwoordelijk voor was onvoldoende waren bijvoorbeeld, of als je simpelweg niet datgene wilde doen wat je opgedragen werd). Het zijn altijd de omstandigheden die een proces in werking zetten waarvan men pas achteraf kan aanwijzen dat het tot genocide en mensenrechtenschendingen heeft geleid. Als maatschappij, sociale wezens die we in essentie zijn, zijn we verantwoordelijk voor dat proces maar óók verantwoordelijk om zo’n proces te signaleren en te stoppen.

Zoals in het berichtje aan het begin van deze blog staat, dat onze reis “een belangrijke bijdrage zal hebben in de ontwikkeling van onze kinderen”, nou dan hoop ik, uit de grond van mijn hart, dat we ze die gedeelde verantwoordelijkheid meegeven.

Tijdens onze gesprekken aan tafel wil ik nog wel eens een stelling poneren die met hoongelach en met sis-geluiden wordt ontvangen. Het duurt dan even om ze duidelijk te maken dat het niet mijn mening is, maar een stelling. Ik hoop ze hiermee te laten nadenken en inzien dat je vaak op verschillende manieren ergens naar kunt kijken. Een voorbeeld wat ik mij kan herinneren, is dat Sander op Netflix een documentaire had gezien over de natuur en bedreigde diersoorten. Mijn stelling was: is het erg als er een diersoort uitsterft? Het gevolg was echter dat ik afgeschilderd werd als een hardvochtig mens dat niets om dieren geeft. Mijn intentie was, hem, en de rest van de tafelgenoten, te laten inzien dat we geneigd zijn elkaar na te praten, de consensus is dat we niet willen dat er dierensoorten uitsterven, maar volgens mij moet je eerst kunnen beargumenteren waarom het, al dan niet, erg is. En in dit geval gaat het dus niet om de mening zelf, maar vooral de onderbouwing ervan.

Ik faal meestal in mijn aanpak maar mijn intenties gaan verder dan een discussie om het discussiëren. Kritisch zijn. Juist nu, wanneer we informatie consumeren in hoeveelheden waardoor de kreet ‘infobesitas’ gemeengoed is geworden en de kwaliteit moeilijk te beoordelen is. Vragen stellen. Hier meer mensen A roepen hoe zorgvuldiger je naar B, C en D moet kijken en luisteren.

En alleen dat, hoe klein ook, is mijn overtuiging en bijdrage om het gevaar van populisten en wat hier uit voort kán vloeien te beteugelen.

Bovenstaande overpeinzingen brengen me in een serieuze, melancholische stemming terwijl de bus over de gehavende asfaltweg doorhobbelt. Even wordt mijn stemming Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.39.25doorbroken als het personeel van de bus een grote oranje koelbox/kliko de bus in probeert te krijgen, en dat nog lukt ook, tot ze deze op een paar lege stoelen neerzetten. Vanuit onze positie hadden we al waargenomen dat het voorin de bus erg gezellig is. De Khmer-muziek en het gelach komt regelmatig boven het geluid van mijn hoofdtelefoon uit, maar het stoort me niet. Eenmaal moe van m’n gepeins merk ik op dat ze karaoke aan het doen zijn, terwijl ik de buschauffeur in de spiegel zie glimlachen. Ik stap er op af om er een foto of filmpje van te maken maar daar krijg ik
de kans niet voor. Met veel enthousiasme word ik begroet Schermafbeelding 2019-05-30 om 15.39.15en ik krijg een plaats op een nog lege stoel. Het eerste blikje bier sla ik uit beleefdheid af maar het is zo’n gezellige sfeer dat ik bij het tweede aanbod het biertje aanneem van een man met zonnebril. Eén van de buschauffeurs is een karaoke zanger, afgewisseld met één van de dames. Er wordt achterom gekeken -als om te controleren of ik er nog steeds zit-, geglimlacht en geproost. De dames drinken bier met een rietje, direct uit blik of uit een plastic beker. De enige dame van het gezelschap die enkele woorden Engels spreekt wil een duet zingen. Ik krijg een smartfoon in m’n handen gedrukt en ze verwacht dat ik een Engelstalig duet op Youtube opzoek. Nu ben ik tijdens onze reis mijn gêne al voorbijgegaan door in een hotelrestaurant in Thailand op een karaoke-verzoek in te gaan (Marije kan er over meepraten), dus wat heb ik nu nog te verliezen? Het eerste dat me te binnen schiet is: “Paradise by the dashboard light” van Meat Loaf (Marinka: lief hè, dat was ‘ons liedje’ op onze bruiloft). Het scheelt wellicht iets dat ik inmiddels aan mijn derde blikje bier was begonnen als het intro door de speaker schalt. De dame in kwestie is naast me komen staan zodat zij haar deel van de tekst mee kan lezen. Helaas ontbeer ik enige aanleg voor zang en mijn vrouwelijke tegenstem heeft deze muziek waarschijnlijk nog nooit gehoord en bovendien is het Engels veel te snel voor haar. Als gevolg hiervan maakt zij er een Khmer-versie van terwijl ik te hoog of te laag mijn deel door de microfoon brom.
Het plezier is er niet minder om en ik ben hiermee ingewijd in deze gezellige groep Cambodjanen. De dame, in oranje pyjama-pak, die schuin voor me zit, reist met een kind van een paar maanden oud. Regelmatig kijkt ze trots naar me om als ze er mee op schoot zit. Wellicht keek ik net iets té vertederd want ineens krijg ik het kind in mijn handen. Het kijkt verschrikt omhoog naar mijn harige kin als ik het op mijn schoot zet, maar gaat gelukkig niet huilen. Om het noodlot niet te tarten geef ik het weer snel terug aan de trotse moeder.

Bij de eerstvolgende busstop, koop ik een paar blikjes bier om in de bus aan de voorraad  toe te voegen. De karaoke-buschauffeur komt met de smartfoon in zijn handen naar me toe waar ik op zijn scherm aflees: “sorry for my singing in the bus”. Snel probeer ik hem duidelijk te maken dat excuses helemaal niet nodig zijn, integendeel. Mijn zangeres koopt als snack een zakje gefrituurde krekels en houdt het onder mijn neus als aanbod. Gisteren had ik, met mijn grote mond, nog gezegd dat ik eigenlijk wel een keer zo’n gefrituurde insect zou willen proeven, maar dat we ze helemaal niet meer tegenkwamen. Ik sla het aanbod nu toch maar af en we gaan weer de bus in.

Het feestje zet zich voort waarbij ik vanuit mijn positie ‘mijn zangeres’ de krekels naar binnen zie werken, alsof het chips zijn. Als ik weer eens moet proosten en mijn blikje leeg blijkt, krijg ik prompt een nieuwe in mijn handen. Dit is het moment om in te grijpen. Het gedrag van de man met zonnebril zie ik steeds meer veranderen van ‘gezellig aangeschoten’ naar ‘onhandig beschonken’. Als ik niet oppas wordt dat mijn voorbeeld, gezien de afstand die we nog moeten afleggen met de bus. Ik neem nu alleen nog maar nipjes van mijn bier zodat er voldoende overblijft om met de dames mee te proosten, die overigens het bier ook drinken alsof ze aan een cocktail nippen, ontdek ik nu pas.

En dan, na mijn moed verzamelt te hebben, ga ik naar mijn zangeres die gelijk een stoel opschuift en me uitnodigt op de stoel naast haar. Ik wijs naar het zakje met krekels en ze houdt ze weer onder mijn neus. Mijn Engels begrijpt ze niet maar de karaoke-chauffeur houdt zijn smartfoon met Google-translate voor mijn mond. Ik probeer zo goed mogelijk te articuleren en na een tweede poging lijkt ze het te hebben begrepen. “Ik wil het schermafbeelding-2019-05-30-om-16.33.40-1.pngproeven, maar ik durf niet”.  Met de bravoure van een twintiger, geholpen door een promille-tje alcohol in mijn bloed, stel ik voor om samen, tegelijk, een krekel in onze mond te stoppen. En daar hoort natuurlijk een ‘selfie’ bij, als bewijs. De smaak wordt bepaald door de marinade waarin het gefrituurd is en de structuur is licht krokant. Het is prima te eten! Zo eet ik nog een paar krekels, zonder er teveel over na te denken. De karaoke-chauffeur deelt even later flesjes uit met een etiket waar geen woord Engels op staat. Mijn aarzeling wordt beantwoord met: “it is not beer”. Weigeren is nu feitelijk nog wel mogelijk maar niet wenselijk, vermoed ik. Na nogmaals het etiket tevergeefs te hebben afgespeurd op tekenen van een alcoholpercentage, draai ik het open en neem een slok. Dit moet een van de vele varianten van een energiedrank zijn. Het is mierzoet en het eerste wat me te binnen schiet is: hoestdrankje.

Plotseling stopt de bus bij een benzinestation en mijn zangeres zegt dat ze naar het toilet moet. Ik maak gelijk van de gelegenheid gebruik want de blikjes bier hebben inmiddels ook mijn blaas verzadigt. De man met bril die ondertussen laveloos in de bus lag te slapen komt nu ook het toiletgebouw binnen en laat zich rechtstandig tegen het urinoir aanvallen om even later, terug in de bus, weer direct verder te gaan met z’n roes.

Wanneer we Battambang naderen begrijp ik pas dat ze helemaal niet als groep reizen. Het zijn gewoon individuen die allemaal naar Battambang moeten en er een gezellig reisje van maken. Op diverse plekken stopt de bus om iemand uit te laten stappen. Wij zijn vrijwel de laatsten die de bus verlaten. Ondanks dat ik mijn eigen reisgezelschap misschien in verlegenheid heb gebracht met mijn gezang en met ‘het inlaten met vreemde Cambodjaanse vrouwen’, heb ik een onvergetelijke busreis gehad.

 

 

 

 

Een gedachte over “De Rode Khmer en de partybus

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: