De Thakhek-loop

Zoals al eerder beschreven hebben we een auto gehuurd om de zogenaamde Thakhek-loop te doen. De meeste backpackers doen dit op een gehuurde scooter, maar dat zagen wij niet zo zitten.

We beginnen de ‘loop’ vanuit Thakhek, een stad aan de Mekong grenzend aan Thailand, daar waar Laos op z’n smalst is. Vanaf Thakhek is het hemelsbreed gemeten ca 100 km oostelijk naar de Vietnamese grens. De Thakhek-loop bevindt zich dus in dit smalle deel van Laos.

Op maandag 15 april vertrekken we met als bestemming de Xe Bang Fai Cave. Onze navigatie vertrouwen we weer toe aan maps.me die aangeeft dat de afstand 148km is. In Thakhek stoppen we eerst nog even voor een bakkie koffie voordat we echt op weg gaan. We rijden over wegnummer 12 en dat betekent een goed geasfalteerde 2-baansweg. De muziek in de auto wordt met een kabeltje naar de mobiele telefoon afgespeeld zodat we in elk geval een discussiepunt hebben. Wanneer mag wiens afspeellijst ten gehore gebracht worden? De airconditioning draait op volle toeren en de eerste 50 kilometer zijn snel afgelegd. Nu dirigeert maps.me ons naar een zijweg en dat betekent hier dus: einde asfalt. De eerste paar honderd meter zijn nog redelijk maar de kuilen worden al snel groter en daardoor onze gemiddelde snelheid rap lager.

Schermafbeelding 2019-04-27 om 22.31.08

Ik ben erg tevreden met de grote Ford 4×4 turbodiesel die we gehuurd hebben want die moet dit soort wegen aankunnen, maar dat betekent niet dat je met hoge snelheid door kuilen kunt rijden. Vooral voor de persoon helemaal achterin is dat niet erg comfortabel én ik wil graag zonder schade of mankementen aankomen. Soms lijkt de weg wat beter en voer ik de snelheid iets op maar vaak moet ik dan weer hard in de remmen omdat er ineens een grote, niet te ontwijken, kuil opdoemt. Regelmatig gaan we al slalommend van links naar rechts gebruikmakend van het hele wegdek om de grootste kuilen te ontwijken. Een enkele keer word ik ingehaald door een scooter die, met twee wielen minder, sneller de kuilen kan ontwijken dan ik met de vier wielen. Maar meestal halen we andere scooters in, waarbij ze in mijn achteruitkijkspiegel in een grote stofwolk verdwijnen. Ook de typische traktor-achtige voertuigen, waar soms de hele familie op zit,  verdwijnen in het stof.

schermafbeelding-2019-04-28-om-17.14.04.png

Regelmatig passeren we een dorpje en het lijkt wel of men kan zien dat we toeristen zijn. Wellicht doordat er hier voornamelijk pick-up-trucks rijden en misschien zien ze het al van verre door de ruiten, maar we worden door vrijwel iedereen aangestaard. Het voelt een beetje ongemakkelijk want de Thakhek-loop schijnt door veel toeristen gedaan te worden en we gaan naar een grot die daar onderdeel van is, waarom lijkt het dan alsof ze voor het eerst toeristen zien? Andere mogelijkheid is dat ze gewoon niets anders hebben om naar te kijken. Iedereen zit bij z’n huisje en kijkt naar de weg, gewerkt lijkt er niet te worden. Als je naar het landschap kijkt vind je daar wellicht de reden, alle rijstvelden zijn dor en droog. Deze mensen zullen waarschijnlijk wanneer het regenseizoen aanbreekt 7 dagen in de week op de velden aan het werk zijn en dit is nu eenmaal het seizoen om te relaxen.

Ik heb het achter het stuur reuze naar m’n zin, maar de rest van de passagiers is het gehobbel en geschud al snel beu. Dan is 100km over zo’n weg toch wel een heel eind. Regelmatig denken we heel even aan omkeren, maar dan moeten we dat hele eind weer terug zonder dat we de grot hebben gezien. Zo rijden we door, stoppen alleen voor water en koekjes te kopen want restaurantjes zien we hier niet.

En dan, heel verrassend, gaat, na uren rijden, de weg over in een asfalt weg en rijden we door een dorp met stenen huizen. Het lijkt of we er nu bijna zijn, nog maar zo’n 15km, maar volgens maps.me doen we daar 1,5 uur over. We vermoeden dat de app een beetje overdrijft want we rijden nu tenslotte weer op asfalt. Dat blijkt echter maar van korte duur want de richting waar we heen gestuurd worden laat al snel het einde van de asfaltweg zien. En de weg wordt nu echt off-road. Soms ineens door een grote modderpoel en dan weer door het zand of diepe geulen en met deze snelheid doen we er inderdaad veel langer over dan we dachten. Regelmatig maken we grappen over een gesloten grot, of dat er überhaupt geen grot is die te bezoeken is, of dat de weg doodloopt. We zijn de hele dag nog geen toerist tegengekomen dus bijna iedere kilometer dat we verder komen stellen we onze verwachtingen bij. Wanneer het even heel stijl omhoog gaat draai ik de knop, die inmiddels al in de 4×4-stand stond, naar de lage gearing. Zeker nu is het een vertrouwd gevoel dat die auto voldoende vermogen heeft om dit aan te kunnen en zolang er af en toe nog een pick-up-truck ons tegemoet komt, ga ik er van uit dat de weg te berijden is.

Zelfs een smal riviertje doorkruisen is geen probleem voor de Ford hoewel wij het best spannend vinden, al is het maar omdat de waterbuffels eerst plaats moeten maken. Als we een huisje zien waar een groepje Laotianen bij elkaar zitten stoppen we om te vragen of dit de weg is naar de grot. Het woord ‘cave’ lijkt begrepen te worden en iemand wijst de richting op die we aan het rijden zijn. Uit de lichaamstaal maak ik niet op dat we iets geks doen, dus zal het wel goed zijn.

Het is inmiddels al tegen vier uur dus als we al een grot gaan bezoeken dan is de kans groot dat we deze weg terug in het donker moeten afleggen. Toch maak ik me niet echt zorgen, wellicht door mijn nieuwsgierigheid naar waar we terecht gaan komen. Dan komen we ineens bij een restaurantje waar we zowaar een Europees uitziende dame zien zitten. Ik stuur Tessa er op af om te vragen of zij iets van die grot afweet. De betreffende dame vindt het al heel wat dat we zover gekomen zijn en geeft aan dat het een paar honderd meter verder is. Zij is zelf op de scooter gekomen, achterop bij iemand anders, en is ook op weg naar de grot.

We rijden een stukje verder, gaan de bocht om en het eerste dat we zien is een huisje met een bord: ‘guesthouse’ en ‘free wifi’. Verrast om dat hier aan te treffen rijden we het laatste stukje naar de ‘parkeerplaats’ van de grot. Er is zelfs een loket om je kaartje te kunnen kopen. Ook is er een hutje met wat informatie over de grot en we kunnen zelfs nog de grot bezoeken. De jongedame die we eerder tegenkwamen is er ook bij met de scooterbestuurder. Het zijn Duitsers en reizen afzonderlijk van elkaar tot dit laatste stuk waarbij zij dus achterop de scooter is geklommen.

Schermafbeelding 2019-04-27 om 22.30.11

Om bij de ingang van de grot te komen moeten we eerst een paar honderd meter lopen langs de rivier. En dan doemt daar ineens de immense opening voor ons op. Vogels vliegen in en uit en het riviertje ligt bezaaid met gigantische rotsblokken.

 

 

Hier nemen we plaats in een klein, smal -en hierdoor heel wiebelig- houten bootje die door een gids de grot in gepeddeld wordt. Net voor het echt helemaal donker wordt leggen we aan en moeten we uitstappen. Nu krijgen we allemaal een lamp en is het de bedoeling dat we te voet verder gaan. Na een betonnen trap opgelopen te zijn, zien we al snel enorme stalactieten, stalagmieten en zuilen in het schijnsel van onze lampen. We hebben al best wat grotten bezocht maar ik ben onder de indruk van wat ik hier zie. Doordat het niet verlicht is voel ik me net een speleoloog die in het schijnsel van z’n lamp steeds weer nieuwe ontdekkingen doet. Aan het einde van de wandelroute komen we bij een balkon waar we een prachtig uitzicht hebben op die enorme ingang van de grot. Het Duitse koppel heeft elkaar in elk geval gevonden in het obsessieve fotograferen. Terwijl wij alweer aan de terugweg begonnen zijn, komen we ze halverwege tegen, elk vierkante meter door de lens van hun camera bestuderend. Gelukkig hoeven we niet op ze te wachten en kunnen wij met het bootje alvast terug.

Schermafbeelding 2019-04-28 om 08.26.44

 

Schermafbeelding 2019-04-28 om 17.33.07

Het is inmiddels half zes als we bij te auto terugkeren dus we besluiten om bij het guesthouse/restaurant met het uithangbord ‘free wifi’ te informeren naar de mogelijkheid om te overnachten. De jongedame die ons te woord staat spreekt een paar woorden Engels en ze maakt ons duidelijk dat we achter haar aan moeten rijden. Zij stapt op haar scooter en voordat we goed en wel wegrijden is ze al de hoek om, uit het zicht verdwenen. Als wij de hoek om rijden komen we in een dorpje, niet meer dan een groepje houten huisjes op palen, met een splitsing. We verwachten dat ze terugkomt om ons de weg te wijzen maar na een paar minuten daar gestaan te hebben gaan we het maar bij iemand vragen. Die aanwijzing brengt ons gelukkig snel bij het guesthouse. Een groot houten gebouw op palen. Ze laat de kamers zien, die er eenvoudig maar goed genoeg uitzien. Er is geen stromend water dus het sanitair kun je alleen gebruiken door uit een bak met water de benodigde hoeveelheid te scheppen. Het is een beetje duur voor één nachtje maar niet onbegrijpelijk als je het aanbod in de omgeving in ogenschouw neemt. Mijn vader zegt dan altijd: “beter duur dan niet te koop”.

Voor het avondeten rijden we weer terug naar het restaurant waar, gezien de afgelegen plek, er een verrassend ruim aanbod is wat ter plekke vers wordt klaargemaakt. Dat er daarnaast ook inderdaad behoorlijke wifi is, wordt door iedereen verwelkomt!

Schermafbeelding 2019-04-28 om 17.32.45

Van de Duitser hadden we gehoord dat er een andere weg naar de grot is, die de meeste toeristen nemen. Deze weg is wat langer maar heeft een korter traject off-road. Aangezien het minder leuk is om dezelfde weg weer terug te rijden én het toch wel een heel eind was over die hobbelweg, nemen we de alternatieve route. Het eerste stuk is Schermafbeelding 2019-04-27 om 22.31.22ook nog behoorlijk slecht maar ik vermaak me weer prima. We passeren waterbuffels die een modderbad nemen en komen uit bij een brede rivier. Ik kan niet goed inschatten of de diepte van die rivier met onze auto te doen is maar we zien ook een mini-veerbootje. Al snel komt er iemand aangelopen en dirigeert ons het bootje op te rijden. Het veerbootje bestaat uit drie van die smalle houten bootjes naast elkaar met daar overheen planken vastgemaakt. Terwijl we met de overtocht bezig zijn zien we de brug die er ooit was, in stukken in de rivier liggen. Ook komt er van de overzijde een pick-up-truck die gewoon door het water naar de overkant rijdt. Die pick-up-truck is niet hoger dan onze auto dus we hadden de kosten van de overtocht kunnen besparen, maar het was in elk geval weer een leuke belevenis.

Schermafbeelding 2019-04-28 om 17.22.11

Deze route blijkt inderdaad veel korter over onverharde weg te gaan dan de heenweg, bovendien zijn we nu op weg naar Nam Theun en dat ligt meer in de richting dan dezelfde weg helemaal terug rijden. Nam Theun is een merengebied waar de overheid flink heeft huisgehouden door het bouwen van dammen. Het is een prachtig gebied om door heen te rijden maar de stukken die onderwater staan, staan vol met bomen. Althans, wat nog over is van de bomen. Er zitten geen takken en bladeren meer aan en zijn dood, wat een bijna onheilspellend aanblik geeft. Later horen we dat die bomen onder water zijn komen te staan door die dam die daar gebouwd is.

We overnachten bij een guesthouse waar meer toeristen die de Thakhek-loop doen overnachten. Wij zijn er al aan het begin van de middag en er arriveren steeds meer groepjes backpackers op scooters.

Woensdag 17 april rijden weer verder naar onze volgende bestemming: the Konglor Cave. Eerst rijden we door bergachtig gebied waar we soms vrachtauto’s inhalen die tergend langzaam de steile helling opkruipen. Bij het afdalen beginnen de banden te piepen waardoor mijn reisgezelschap mijn rijstijl ter discussie stelt en de wagenziek-pilletjes tevoorschijn worden gehaald. De banden piepen echter al bij lage snelheden dus ik vermoed dat dat door te lage bandenspanning komt. En die lage bandenspanning is juist wel weer prettig bij de onverharde wegen, dus snelheid iets omlaag en de muziek iets harder.

Voor vannacht heeft Marinka de Spring River Resort uitgezocht, een hotel nabij de Konglor cave. Het hotel wordt gerund door een Zwitser en zijn Thaise vrouw en bevindt zich aan een poel dat er prachtig helder uitziet. Het complex bestaat uit houten huisjes die omringt worden door grote groene planten. Eigenlijk willen we hier wel een paar nachten blijven maar de prijs is dermate hoog dat we dat een beetje zonde vinden. De jongens gaan de volgende ochtend nog wel even met de kayak naar een ‘Lagoon’ vlakbij, maar we checken precies om 12.00 uur uit, hebben we toch even een relaxed ochtendje gepakt. Als alles weer in de auto ligt, rijden we een klein stukje door om de Konglor cave te bezoeken.

De Konglor cave is een grot waar een rivier doorheen stroomt van ruim 6km lang. Het schijnt dat begin 19e eeuw men niet wist waar het water uit de grot vandaan kwam. Toen ze op enig moment eenden eruit zagen komen, wisten ze dat er een opening aan de andere kant moest zijn. Ze zijn toen eerst met een vlot en brandende toortsen die grot ingegaan maar moesten terugkeren omdat het vlot te breed was. Vervolgens zijn ze met een bootje naar binnen gegaan en pas 7 dagen (!!!) later zagen ze weer licht en waren aan de andere kant aangekomen.

Nu is het open om te bezoeken en gaan wij dus ook weer in zo’n smal houten bootje, hoofdlampjes op, en deze keer met een buitenboordmotor (longtail-motor). Zodra het licht van buiten weg is, vertrouwt de schipper op zijn en onze hoofdlampen om niet tegen de wand of een uit het water stekende rots, te botsen. Dan, midden in de grot worden we uit het bootje gezet, en lopen we over een pad waar met gekleurde verlichting stalagmieten en stalactieten zijn uitgelicht. Als het pad weer naar beneden loopt en bij het water eindigt liggen daar onze bootjes te wachten en worden we weer verder gevaren. Soms is het water zó ondiep dat de onderkant over de kiezels schuurt en we net genoeg vaart hebben om, tegen de stroming in, er doorheen te komen. Vlakbij de uitgang moeten we er weer even uit, want daar is een kleine waterval waar ze de bootjes met de hand doorheen moeten trekken. En dan is er ineens weer licht en zijn we aan de andere kant. We worden aan wal gezet bij een groepje huisjes dat vooral op toeristen is gericht, je kunt hier ook mountainbikes huren en uiteraard eten en drinken. Wij hebben het al snel gezien en gaan met het bootje dezelfde weg weer terug, maar deze keer uiteraard stroomafwaarts.

Als we terug naar de auto lopen lees ik op een informatiebord dat er een project gestart is om de longtail-motoren te vervangen voor elektrische motoren. Ik ben positief verrast want in Azië zie we overal van die lawaaiige longtail-motoren. En vooral in zo’n grot is het zonde dat die stilte verstoord wordt door die herrie, naast het feit dat het voor de schippers een gehoorbeschadiging zal opleveren en de nadelige milieueffecten.

De echt serieuze milieueffecten worden overigens veroorzaakt door het bouwen van dammen. We hebben al die dode bomen gezien omdat ze onder water zijn komen te staan maar in dit gebied hebben huizen met een spuitbus een teken op de gevel gekregen als het betreffende huis getroffen wordt bij de bouw van de volgende geplande dam. Laos heeft de ambitie om het opwekken -en hierdoor exporteren- van energie de grootste inkomstenbron te maken. De overkoepelende organisatie bestaande uit de landen waar de Mekong doorheen stroomt heeft al diverse keren haar zorgen uitgesproken over het bouwen van dammen door Laos maar blijkbaar zijn de economische overwegingen belangrijker dan de milieueffecten.  Het is zo makkelijk om dit te veroordelen maar ook Laotianen willen welvaart en wij, met onze miljoenen auto’s en vervuilende industrieën, leveren ook een stevige bijdrage in de schade aan het milieu. Het maakt de zo zichtbare effecten er hier niet minder mistroostig op.

We overnachten in een veel goedkoper guesthouse maar moeten het nu wel doen zonder airconditioning. Alleen de ventilator boven het bed moet verkoeling brengen maar zelfs ’s nachts komt het buiten niet onder de 25 graden.

De volgende dag rijden we naar Savannakhet waar we de ‘visa run’ doen (zie vorige blog). Zoals afgesproken moeten we de auto de 21e inleveren in Pakse. Voordat we ’s ochtends naar het verhuurbedrijf rijden lees ik dat we de auto schoon moeten inleveren. En na alle off-road kilometers zit de auto onder de stof en aangekoekte modder. Om extra kosten te voorkomen gaan we in de stad op zoek naar een autowasserette. We vinden er een en aangezien het personeel geen Engels spreekt kan men niet aan ons duidelijk maken dat het wel even zal duren voordat de auto klaar is. Het handmatig reinigen van de auto’s doen ze hier namelijk grondig, inclusief de binnenkant, waarna die er weer als nieuw uitziet. Om nog langer wachten te voorkomen lukt het om duidelijk te maken dat de binnenkant niet hoeft en de buitenkant vertroetelen met een handdoekje hebben we ook kunnen voorkomen. Zo brengen we de auto fris gewassen en ongeschonden weer terug na een weer een fantastische roadtrip (ca 1500km).

Schermafbeelding 2019-04-27 om 22.32.14

 

 

2 gedachten over “De Thakhek-loop

Voeg uw reactie toe

  1. Hoi familie de Jong, elke blog lees ik met veel interesse, benieuwd wat jullie weer hebben meegemaakt ergens op deze wereld. Het wordt beschreven alsof ik er zelf bij ben. Jullie moeten na afloop echt een boek gaan schrijven over jullie bijzondere reis. Ik wens jullie nog veel nieuwe belevenissen en een veilige reis. Groetjes ineke bleekman

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: