Van Vang Vieng naar Thakhek

Zaterdag 6 april

We zijn in Vang Vieng, het dorpje dat vooral bekendheid heeft gekregen door het ‘tuben’. Dit is een activiteit waarbij je je in een rubberband laat meevoeren door de rivier. Langs de rivier worden de toeristen verleid tot het overvloedig consumeren van alcohol waarbij de zwemkwaliteiten afnemen als de alcoholinname toeneemt. Toen dit tot meer dodelijke ongevallen leidde dan de Laotiaanse overheid acceptabel vond, (ik vermoed onder druk van buitenlandse verontwaardiging) heeft men sinds een aantal jaar het aantal bars langs de rivier gereduceerd.

Aangezien het erg warm is en we toch wel nieuwsgierig zijn naar deze activiteit, en niet de alcoholinname, begeven wij ons in zwemkledij naar het kantoortje dat als monopolist het ‘tuben’ faciliteert. Mogelijk zijn in het verleden diverse rubberbanden na gebruik niet geretourneerd omdat de beschonken gebruiker vergeten is waar ie em had gelaten of überhaupt niet meer wist dat ie met een rubberband was vertrokken. Daarom is er een dwingend administratief proces dat bepaalt wanneer je recht hebt op teruggave van de betaalde borg. Met de tuk-tuk, rubberbanden op het dak, worden we, met nog een paar toeristen, naar het punt gereden waar we ‘te water’ worden gelaten.

Het is het einde van het droge seizoen dus het water staat laag en de stroming is minimaal. Verrassend is dat het water niet koud is dus we dobberen gemoedelijk over het riviertje. Al snel doemt het eerste barretje op waarbij een paar jongeren langs de kant ons met hun ‘hengels’ proberen te verleiden tot een bezoek. Regelmatig worden we voorbij gevaren door toeristen in kayaks met locals aan boord die precies weten waar de rivier nog net diep genoeg is om te kunnen varen. Wij weten dat niet dus worden we daar af en toe hardhandig aan herinnerd als ons achterste ineens in aanvaring komt met een rots of steen. Met onze armen bewegen we ons voort als we het te langzaam vinden gaan of als we onze koers willen beïnvloeden. Na een enige tijd komen we bij een plek waar aan weerszijden van de rivier een soort bamboeterrassen boven het water zijn gemaakt. Het ziet er wel gezellig en druk uit maar er is geen Europeaan te bekennen wat ons uiteindelijk doet besluiten om ook deze mogelijkheid voor een versnapering aan ons voorbij te laten gaan. We passeren hier een houten bruggetje dat precies boven een kleine stroomversnelling is gebouwd. Er is ruimte genoeg om tussen de houten pijlers door te varen in onze rubberbanden maar het overkomt mij dat zo’n houten pijler precies tussen mijn benen beland. Op zo’n moment merk je pas dat het water toch nét iets krachtiger is dan je aanvankelijk dacht. Gelukkig werd de energie opgevangen door de rubberen band die eerder de pijler bereikte dan het punt waar mijn benen bij elkaar komen. Vanaf de terrasjes moet het vast een hilarisch tafereel zijn geweest maar daar heb ik verder niet meer op gelet, het hoongelach van mijn zoon was al voldoende.

Bij inschrijving was ons verteld dat de rit circa drie uur zou duren, zonder tussenstops, maar na twee uur zien we het bordje dat het einde van het tuben aangeeft. Het eindpunt bevindt zich ook bij een bar waar we nu wel ingaan op de verleidingen. Grote borden met de tekst dat het bier hier goedkoper is (geen idee waarmee het vergeleken wordt) én snoeiharde muziek uit luidsprekers voor een handjevol klanten.

De rubberbanden brengen we terug en conform het administratieve proces krijgen we keurig onze borg terug. Mijn rubberband is inmiddels behoorlijk leeggelopen maar dat wordt mij niet aangerekend. Iedere rubberband is overigens voorzien van een polderlandschap aan plakkers dus een lekkage meer of minder is ze niet onbekend. Als we teruglopen naar ons hotel is de zon achter donkere wolken verdwenen en begint het flink te waaien. Het duurt dan ook niet lang of een flinke regenbui volgt. Precies op tijd terug dus! We aanschouwen dit toch liever vanaf ons balkon dan dat we er middenin zitten in een rubberband op het water.

(foto’s genomen ergens bij een grot in de buurt van Thakhek)

Wat we zien van Vang Vieng, als we een beetje rondlopen, is restaurant naast restaurant soms afgewisseld met een guesthouse of hotel, agentschappen voor bustickets, buggyverhuur, en georganiseerde activiteiten. De enige aanwezigen in de meeste restaurants zijn de personeelsleden die verveeld met hun telefoon zitten te spelen.

Wij willen graag naar de zogenaamde Blue Lagoons, die te ver weg zijn om te lopen. Een scooter huren, zoals we inmiddels al vaker hebben gedaan, is derhalve het plan. Het eerste de beste shopje wil alleen scooters aan ons verhuren na achterlating van een paspoort als borg. We hebben hier al veel negatieve ervaringen van anderen over gelezen dus wij zijn erg terughoudend met het afgeven van onze paspoorten, ook bij hotels. Dan blijkt dat geen enkele scooterverhuurder een scooter aan ons wilt meegeven zonder het achterlaten van een paspoort. Onze hoteleigenaar spreekt redelijk Engels dus we vragen hem om raad. Hij stuurt ons vervolgens naar de shop van z’n vader en wijst op een plattegrond aan waar die Khomseng shop zou moeten zijn. Als we daar zeggen dat Mr Ket ons gestuurd heeft, moet het goed komen. Het is nog geen 500 meter verderop maar we vinden niemand die Khomseng shop of Mr Ket kent. Bij terugkomst zegt de hoteleigenaar dat alle scooters al waren verhuurd maar dat ze er drie voor morgen kunnen reserveren. Vandaag wordt dus een zwembad/relax dag bij het hotel. We moeten alleen vanavond alvast betalen zodat ze de scooters voor ons beschikbaar houden.

’s Avonds lopen we naar de locatie waarvan we nu vrij zeker weten dat het de juiste shop is. Aldaar ligt een volwassen kerel laveloos op een matrasje op de grond. De jongeman die er bij zit spreekt geen woord Engels en krijgt de dronken kerel niet wakker. Dit is het punt dat ik al licht geïrriteerd begin te raken maar bij het hotel worden we alweer opgewacht door de hoteleigenaar die ons gelijk vertelt dat zijn vader een feestje heeft gehad en dronken is maar dat we de volgende ochtend gewoon onze drie scooters kunnen huren.

Maandag 8 april

Of het door het gedoe komt met die scooter huren of iets anders, dat weet ik niet, maar ik begin de dag al chagrijnig. Soms kan ik helemaal geen aanleiding bedenken en is het er gewoon. Gaat over het algemeen vanzelf weer over, de ene keer wat sneller dan de andere keer, ook mede afhankelijk hoe mijn omgeving reageert. In elk geval lopen wij, zoals gepland, naar Khomseng shop waar ‘vader’ ons al opwacht. Ik doe een poging hem vrolijk tegemoet te treden met: “How was the party yesterday!”, maar krijg hier nul reactie op. Drie scooters voor 200.000 kip, en een gebaar naar de plek waar we een helm kunnen pakken, is zijn ‘begroeting’. De scooter die er het beste uitziet wijst hij toe aan Sander. De andere twee zijn voor ‘papa en mama’. Marinka, met Remco achterop, en Sander zijn al weggereden als Tessa en ik op de, ons aangewezen scooter, willen plaatsnemen. De benzinetank blijkt leeg. Uit een flesje giet hij wat in de tank en verwijst me naar een benzinepomp op de hoofdweg. Al direct bij het wegrijden komt mijn chagrijn als een donderwolk weer bovendrijven. De gashandel gaat heel zwaar en reageert niet direct, hij rammelt en ik voel een instabiliteit die weinig vertrouwenwekkends biedt. Even overweeg ik om gelijk terug te rijden, maar m’n inschatting dat het gesprek met de verhuurder niet heel constructief zal beginnen, plus het feit dat ik geen andere scooters zag staan om mee te ruilen, doet me besluiten om door te rijden. We hadden afgesproken om bij het hotel onze spullen te pakken voor onze dagtocht dus wanneer ik naar onze kamer wil lopen hoor ik de hoteleigenaar ergens achter me, net iets te vrolijk, informeren naar de scooters. Mijn reactie is, daar staan wij Hollanders ten slotte om bekend, heel duidelijk: “the scooter is in a really bad condition!” Hij reageert zoals iemand die iets volstrekt ongeloofwaardigs hoort. Een lachje en een kreet in de trant van: “ohhhh, really?!”. Ondertussen was ik de trap al opgelopen zodat ik mijn ongenoegen bij mijn gezin kan uiten.

Voordat mijn humeur het gehele gezin begint te infecteren zijn we al op de scooter gestapt, op weg naar de eerste Blue Lagoon. Oh nee, eerst tanken. Het tankstation ligt uiteraard niet op onze route maar ik doe mijn best het heen-en-weer rijden niet als extra humeurverpester te laten meetellen. Dat geldt ook voor het volstrekt ongeïnteresseerde personeel van het tankstation waarbij spraak als extra inspanning wordt gezien en derhalve zoveel mogelijk vermeden wordt, in elk geval met klanten.

Daar gaan we dan. Ik rijd voorop met Tessa die, met telefoon in de hand, navigeert, daar achter Sander en daar achter Marinka met Remco achterop. Ik rijd heel langzaam omdat ik bang ben dat bij een hogere snelheid er iets bij het voorwiel afbreekt. Na ongeveer een kwartier ben ik in staat om de omgeving in me op te nemen. Prachtig begroeide bergen op afstand om ons heen en dichtbij rijstvelden en akkers. Er groeit nu geen rijst maar toch is er veel groen. Als ook Tessa achter me zo nu en dan haar bewondering uit over wat ze ziet, verdwijnen langzaam de donderwolken in mijn hoofd. De geasfalteerde weg gaat over in een ‘dirt road’ met kuilen en stenen. Hier is een kleine poel waar veel Aziatische toeristen, gehuld in zwemvesten, omheen staan. Naast de poel staat een boom waarvan een tak boven de poel hangt waarop een platform is gemaakt om vanaf te springen. Grote hilariteit bij de Aziaten. Sander en Remco, als enigen gekleed in alleen een zwemshort, springen zonder twijfelen naar beneden, tot groot genoegen van de omstanders.

Schermafbeelding 2019-04-19 om 07.03.29

Het is erg warm, zelfs in de schaduw. Er is hier ook een grot die je kunt bezoeken maar de jongens blijven liever in het water en Tessa heeft geen zin om mee te gaan. Dus, Marinka en ik gaan samen naar de grot. Althans, we volgen de bordjes en al snel blijkt dat we eerst flink omhoog moeten klauteren. Het is een stenen trap langs de rotswand omhoog waar geen einde aan lijkt te komen, maar als je eenmaal begonnen bent ga je niet weer terug. Badend in het zweet komen we bij een kleine opening in de rotswand. Beneden hadden we het advies gelezen om lampjes te huren, maar we willen natuurlijk eerst zien of dat wel nodig is. Als we de grot in gaan, komen we gelijk in een grote zaal dat nog verlicht wordt door het licht van buiten. Op de muur staan rode pijlen die we volgen en al snel hebben we de verlichting van onze telefoon nodig om te kunnen zien waar we onze voeten moeten zetten. Er is geen andere toerist te zien. Het zijn grote zalen en het is er heel stil en donker. Zoals we al vaker hebben gezien plaatsen ze vaak een buddha beeld in een grot en ook hier komen we bij een zaal waar er een staat. Het wordt nu wat onduidelijk met de pijlen. Sommige pijlen wijzen de andere kant op en andere wijzen verder. We lopen door want we vinden het wel spannend en zijn nieuwsgierig tot hoe ver dit doorloopt. Zo klauteren en klimmen we over de stalagmieten en bukken onder de stalactieten door. Tot dat de rode pijlen opgehouden zijn. Ergens linksboven zien we daglicht op basis waarvan we vermoeden dat daar een uitgang zal zijn. Zo klauteren we door richting het licht. Soms zien we in het licht van onze telefoon een gat van enkele meters diep naast onze voeten opdoemen. Aan de glimmende delen van rotsen kunnen we zien dat er al vaker overheen geklommen is en daaraan verbinden we de conclusie dat we op de goede weg zijn. Ondanks dat we ons in een grot begeven zweten we flink door onze inspanningen, waarbij het licht van de opening veel verder weg blijkt dan we dachten. Achter ons is het pikdonker. Dezelfde weg weer terugvinden lijkt me ondoenlijk. Dan horen we iemand roepen, relatief dichtbij. We roepen wat terug en gaan richting de plek waarvan we denken dat het geluid vandaan kwam. Zo stuiten we op een stelletje, hij in zwemshort, zij in bikini, beiden, net als wij, een mobiele telefoon in de hand als verlichting. Het zijn fransen en we vragen of zij via de plek waar we licht zien, binnen zijn gekomen. Zij bevestigen dit waarna onze wegen weer scheiden. Na nog een tijdje doorklauteren komen we eindelijk bij de opening waar het daglicht binnenkomt. Helaas blijkt dit niet een uitgang te zijn want je komt uit op een plek langs de rotswand dat volledig begroeid is. Gelukkig vinden we nu snel vanuit hier een andere locatie om de grot te verlaten. Pas als we buiten staan blijkt het dezelfde opening te zijn als waar we naar binnen zijn gegaan. In die grot is het blijkbaar bijzonder lastig om referentiepunten op te slaan waardoor je vanuit een ander gezichtspunt niks herkenbaars ziet. Even een grot bezoeken is daarmee een leuk avontuur geworden dat iets langer duurde dan gepland. Als we weer bij de kinderen aankomen zijn ze dolblij dat we er weer zijn want ze hadden zich enorm ongerust gemaakt…..

De realiteit is dat de jongens nog gewoon in het water aan het spelen zijn en Tessa even opkijkt van haar telefoon met de opmerking:” zo, dat duurde lang, kunnen we nu gaan eten?”

We besluiten om naar Blue Lagoon nr 5 te rijden, ongeveer 10 kilometer verderop. We wisselen van scooter zodat Tessa en ik op de scooter rijden die eigenlijk aan Sander toebedeeld was. Marinka lijkt in staat om het gerammel aan de andere scooter te negeren, maar na enige tijd op de slechte weg besluiten we om het geplande doel, Blue Lagoon nr 5, in te wisselen voor nr 3, omdat die dichterbij is. En zo komen we binnen afzienbare tijd bij deze Blue Lagoon. Schermafbeelding 2019-04-19 om 07.03.19Daar is een grotere poel met veel Europese toeristen en leuker aangekleed/ingericht dan nr 1. We nuttigen een hapje en een drankje, vermaken ons in en om het water en stappen weer op voor de lange rit terug naar Vang Vieng. Nu heeft Sander de beurt om op de rammel-scooter te rijden. Dan, na ongeveer een half uurtje, van het ene op het andere moment, houdt deze scooter ermee op. Bij de pogingen om hem weer aan de praat te krijgen, horen we wel de startmotor draaien maar hij slaat niet aan. Wat nu? Er staat een telefoonnummer op de scooter en ik heb een Laotiaans simkaartje in mijn telefoon. Helaas blijkt dit simkaartje alleen data te bevatten en geen tegoed om te bellen. Na ampel beraad besluiten we dat ik met de scooter achterblijf en dat de rest terug naar de scooterverhuurder in Vang Vieng rijdt. Schermafbeelding 2019-04-19 om 07.03.11Tsja, daar sta ik dan, langs de kant van de weg. De zon staat al laag maar geeft nog steeds veel warmte af. Wachten duurt meestal lang, dus ik besluit om maar alvast met de scooter in de hand te gaan lopen. Al snel komen er een paar jongeren naast me rijden. De dame van het stel vraagt wat er met de scooter aan de hand is en probeert te starten. Ook met de kickstarter wil het apparaat niet tot leven komen. Nadat ik uitleg dat er, als het goed is, hulp onderweg is, vervolgen zij hun weg weer. Zo stoppen er nog een paar toeristen om te vragen of ze kunnen helpen. Dan hoor ik getoeter en stopt er voor mij een tuk-tuk (hier is dat een pick-up met een dakje en bankjes in de laadbak). Achter in de laadbak staat een scooter met daarbij twee Aziatische dames (toeristen, geen locals!). De bestuurder van de tuk-tuk vraagt wat het probleem is en ook hij probeert de scooter te starten. Als snel stelt hij voor om de scooter achterin de laadbak mee te nemen naar Vang Vieng. Natuurlijk, en wat ga je me daar voor in rekening brengen? “50.000 kip” (€ 5,-), is het antwoord. Misschien komt het door de warmte maar er begint zich nu een complottheorie in mijn brein te vormen. “Jij rijdt hier om kapotte scootertjes op te pikken hè?!”, “Die verhuurders verhuren scooters die in dusdanig erbarmelijke staat zijn dat er iedere dag wel een paar stranden”. “Je mag me meenemen maar ik betaal helemaal niks, je mag je kosten in rekening brengen bij Khomseng shop!” Het is vast mijn opgewonden iets te snelle Engelse uitspraak waardoor hij alleen begrijpt dat ik niet wil betalen. Hij blijft een glimlach op zijn gezicht houden die ik alleen nog maar als bevestiging kan zien van mijn complottheorie. Dan wordt er nog wat gecommuniceerd wat min of meer een herhaling is van het voorgaande, maar het eindresultaat is dat ik achterblijf en hij verder rijdt.

Na een tijdje kom ik langs een werkplaatsje en ik maak ‘met handen en voeten’ duidelijk wat het probleem is. De beste man probeert het één keer en trekt direct de conclusie dat ik maar naar Vang Vieng moet voor reparatie. Ik vervolg mijn weg, terwijl het zweet uit mijn poriën gutst en de zon zijn laatste stralen voor vandaag laat zien. Wanneer ik mijn telefoon tevoorschijn haal zie ik een berichtje van Marinka met de mededeling dat ze onderweg is. En inderdaad, wanneer ik net bij de geasfalteerde weg ben aangekomen stopt er een pick-up-truck met daarin Marinka en de scooter-verhuurder. Hij stapt uit, loopt naar de scooter en zonder iets te zeggen probeert hij hem te starten. Zijn eerste woorden, die mijn inmiddels opgebouwde ergernis tot vervaarlijke hoogte brengt: “you start too much”. Hoewel ik eigenlijk vind dat ik het volste recht heb om hem nu gewoon te mogen aanvliegen reageer ik door, met lichte stemverheffing, uit te leggen dat de scooter er vanzelf mee ophield en dat die scooter al in abominabele staat was toen ik hem meekreeg. Met z’n drieën tillen we de scooter achterin de laadbak. De hele weg terug naar Vang Vieng wordt er niet meer gesproken maar in gedachten fantaseer ik over de conversatie die we straks gaan hebben. Zo groeit de scooterverhuurder in mijn gedachten uit tot de maffia-baas van Vieng Vang die, in plaats van excuses en compensatie, ons geld in rekening gaat brengen voor het ophalen van de kapotte scooter. Een discussie op straat voor zijn shop lijkt mij vruchtbaarder dan achter in zijn auto, dus blijft het stil onderweg. Hij brengt ons echter direct naar ons hotel, waar zoonlief de eigenaar is, ons buiten al opwacht. Vader parkeert de auto een stukje verder en zoonlief opent de conversatie. Nu moet ik mijn woede niet op hem richten want hij kan er niets aan doen. Mijn woede is overigens niet ontstaan door het simpele feit dat de scooter er mee ophield. Het is een opeenstapeling van ergernissen over scooterverhuurders die geen enkel risico willen lopen omdat ze allemaal een paspoort als onderpand willen (wat wij dan hebben kunnen voorkomen doordat het de vader van de hoteleigenaar is), je een contract laten tekenen dat je overal voor verantwoordelijk bent, en je vervolgens een scooter meegeven waar al diverse ongelukken mee gebeurd zijn maar de ontvangen schadevergoedingen niet gebruikt zijn voor het herstel van de schades. En als je als scooterverhuurder dan een scooter verhuurt die er halverwege mee ophoudt kun je ook gewoon beginnen met je excuses aanbieden, in plaats van een onjuiste conclusie trekken over de oorzaak van het mankement. Dat is, wat mij betreft, belangrijker dan een financiële genoegdoening, maar om dat duidelijk te maken moet je daar wel over beginnen, het gaat ze tenslotte alleen maar om geld. De zoon lijkt het te snappen en overlegt met z’n vader die inmiddels teruggelopen is. Vader lijkt opeens geen engels meer te kunnen spreken en laat het nu aan zoon over. Het voorstel is om 50.000 kip aan ons terug te geven. Marinka vindt dit te weinig maar ik ben al tevreden. Het gaat mij niet om die paar euro’s en heb geen zin om in een echt nare sfeer te belanden. Via de zoon krijg ik van vader 50.000 kip in mijn handen waarbij hij het magische woord “sorry” zegt. Waar vader bij is zeg ik hem dat ik dat bijzonder waardeer en dat dat meer is dan waar z’n vader toe in staat is.

Dit was onze laatste dag in Vang Vieng en ik ben blij dat we dit oord verlaten. Niet alleen vanwege het voorval met de scooter maar omdat het dorp gericht is op grote hoeveelheden toeristen die er niet (meer) komen. De arrogantie én het aanbod staan dan niet meer in verhouding tot de vraag.

Dinsdag 9 april

We reizen door naar Vientiane, de hoofdstad van Laos. Deze keer niet met een minivan maar met een heuse touringcar. Dat zit een stuk comfortabeler waardoor de reis, gevoelsmatig, lekker snel verloopt. In Vientiane is het nóg warmer, het is er bloedheet. De temperatuur loopt op tot bijna 40 graden, wat buiten lopen geen aangename activiteit maakt.

Schermafbeelding 2019-04-19 om 08.56.23

Woensdag 10 april

Schermafbeelding 2019-04-19 om 07.11.11Sander is jarig! Hij krijgt ontbijt op bed wat we vanuit het restaurant mee naar zijn kamer nemen. Marinka en ik brengen een bezoek aan de Patuxai, een oorlogsmonument dat enige gelijkenis vertoont met de Arc de Triomf in Parijs. Het monument is gebouwd ter nagedachtenis aan de omgekomen soldaten tijdens de Tweede Wereldoorlog en de onafhankelijkheidsoorlog met Frankrijk. De bouw schijnt te zijn gefinancierd door fondsen uit de Verenigde Staten, dat ook voor het cement zorgde. Echter, was de bedoeling dat Laos daarmee een nieuwe luchthaven zou bouwen waardoor het monument de bijnaam: ‘vertical runway’ kreeg.

Schermafbeelding 2019-04-19 om 07.03.01

’s Avonds gaan we met z’n allen naar de bioscoop. Schermafbeelding 2019-04-19 om 07.02.43In een zaal dat, net als in Alphen aan den Rijn, slechts voor een kwart gevuld met publiek, met dito stoelen, scherm en geluid, kijken we naar de film ‘Shazam’.

 

Donderdag 11 april

We willen de zogenaamde Thakhek-loop gaan doen. Veel backpackers doen dit op een gehuurde scooter maar dat zien we niet zo zitten. Onze uitgaven zitten tot nog toe nog steeds ver onder ons budget dus we besluiten om gewoon weer een auto te huren. Een auto, groot genoeg voor ons vijven, die we in Vientiane ophalen en in Pakse (zuiden van Laos) weer inleveren. Online allemaal geregeld en twee dagen geleden nog even langs het kantoortje gewandeld om te verifiëren of alles goed is doorgekomen.

Als we de auto gaan ophalen is de huur voor de komende tien dagen al keurig middels mijn creditcard afgerekend. Echter, omdat we de auto op een andere locatie inleveren moeten we 100 dollar extra betalen. Klopt helemaal, dat had ik in de stukken gelezen. Dat moet ik dan nu nog even betalen voordat ik de auto meekrijg. Mijn creditcard wordt door het apparaat gehaald maar de transactie wordt afgebroken. Andere bankpassen worden geprobeerd maar het lukt allemaal niet. Dan stelt met voor om het contant te voldoen. Prima, maar ik heb geen dollars dus hoeveel kip wil je hebben? Het bedrag dat nu wordt genoemd is een wel hele ongunstige koers voor ons en dat vind ik niet acceptabel. Dan wordt het ingewikkeld en ik ga er maar weer bij zitten, ik heb de tijd. Vervolgens komt de Fransman die er werkt, en mij al eerder te woord had gestaan, zich er mee bemoeien. Ik hoor hem tegen zijn collega zeggen: ” die mensen hebben 10 dagen huur vooruit betaald met die creditcard, die 100 dollar komt heus wel goed, dat regelen ze wel in Pakse”. Opgelost. Soms helpt het als een Europeaan met gevoel voor commercie en pragmatisme zich er even mee bemoeit.

Met weer een andere medewerker lopen we naar de auto om die samen te controleren op beschadigingen. Hij laat documenten aan mij zien, die ik niet kan lezen en vinkt op de lijst aan dat de betreffende documenten aanwezig zijn. Marinka zit al op de bijrijdersstoel en bladert in het onderhoudsboekje dat keurig is ingevuld en gestempeld…………tot 2013. De beste man spreekt geen woord Engels maar snapt dat het wel een beetje vreemd is. Er bungelt een kaart aan de richtingaanwijzer met een datum in 2019. Volgens mij zegt dat niets over het gevoerde onderhoud maar we schatten in dat het geen zin heeft om hier een drama van te maken. Dan bedenk ik mij dat ik in het kantoortje een instructie las over de tankstations die je mag gebruiken, de andere tankstations zouden geen betrouwbare brandstof aanbieden. Ik vraag aan die kerel bij welke tankstations ik mag tanken maar zijn Engels is zo beperkt dat het enig dat hij kan bedenken is mij naar de tankdop wijzen. We lopen samen terug naar het kantoortje waar ik wijs op de instructie. Ik maak er een foto van en onderteken het inspectieformulier met alle geconstateerde beschadigingen. Wanneer ik in de auto stap, vraagt Marinka of ik een afschrift van het inspectieformulier heb gekregen. Zucht. De auto leveren we op een andere locatie in, hoe kan ik straks bewijzen dat bepaalde beschadigingen al waren als zij het inspectieformulier niet hebben ontvangen? Weer terug naar het kantoortje. Met een kopie in mijn handen stap ik achter het stuur van onze huurauto en kunnen we eindelijk op pad.

Schermafbeelding 2019-04-19 om 07.24.56.png

Onderweg naar Pakxan brengen we eerst een bezoek aan Buddha-park Xieng Khuan, dat net buiten Vientiane, aan de Mekong ligt. Voor de navigatie vertrouwen wij, ook nu weer, op maps.me. Dat betekent dat we al snel de verharde weg verlaten. Gelukkig hebben we een grote 4×4 dus de kuilen en modder kunnen we hebben, het gaat alleen wat langzamer maar hierdoor rijden we wel weer door een mooie omgeving.

Hoewel we al heel wat Buddha beelden en tempels hebben gezien, is het Buddha-parktoch wel weer interessant. Het de beelden zijn gemaakt door een kunstenaar die zich heeft laten inspireren door het Buddisme én het Hindoeisme. De beelden lijken al eeuwen oud maar zijn gebouwd tussen 1958 en 1975. Vooral de tuinen er om heen zijn prachtig aangelegd en onderhouden. Alles staat in bloei waardoor het geheel heel kleurrijk is en een mooi contrast is met de grauwe beelden. Het pompoen-vormige gebouw heeft twee ingangen in de vorm van een mond. Binnen zijn er drie verdiepingen die staan voor hel, aarde en hemel, uitgebeeld door middel van allerlei sculpturen.

Volgens mijn bron (Triposo) is de kunstenaar in 1975, vanwege de communistische Pathet Lao, naar de andere kant van de Mekong gevlucht om daar, in Thailand dus, een soortgelijk park te bouwen.

We overnachten in het gehucht Pakxan bij een guesthouse dat gerund wordt door een vriendelijke familie. De vrouw des huizes spreekt goed Engels en dat maakt het allemaal een stuk makkelijker.

Dit weekend wordt het nieuwjaar gevierd conform de buddhistische kalender. Ook in Thailand en Vietnam wordt dit gevierd. Eerst worden de buddha beelden gewassen en daarna is het traditie om op straat water naar elkaar te gooien. Het lijkt ons leuk om dit mee te maken dus rijden we vandaag naar Thakhek, een ‘stad’ aan de Mekong grenzend aan Thailand. Onderweg vormt er steeds meer bewolking boven ons en als het ook nog flink gaat waaien stoppen we langs de kant van de weg om de tassen die op het dak liggen naar binnen te halen. Dat blijkt net op tijd, want na nog geen vijf minuten krijgen we een forse regenbui. De ‘Thakhek-loop’ wordt door backpackers op gehuurde scooters gedaan, maar wij zijn nu blij dat we hoog en droog in de auto zitten (met nog steeds de airco aan).

Thakhek wordt als stad beschouwd maar het stelt nog steeds niet veel voor. Winkels hebben we niet gezien, wel de gebruikelijke open shops die van-alles-en-nog-wat verkopen.

 

Zaterdag 13 april bezoeken we Tham Nang Ene, één van de vele grotten in Laos. We betalen voor een ticket inclusief boottrip. Wanneer we de grot in gaan worden we gevolgd door twee jongens met ieder een kleine houten roeispaan in de hand. De zwemvesten hadden we bij ticketverkoop al om gekregen. We stappen in een smal klein houten, en vooral heel wiebelig, bootje. De kinderen in de ene, en Marinka en ik in de andere. De jongens met de roeispaan zitten op de punt en met een soort ‘wrik-beweging’ glijden we over het donkere water. Het is stil, het water slingert door de grot en hier en daar zijn er gekleurde lampen aangebracht waardoor ik een soort ‘Efteling-Erlebnis’ krijg. Dan begint de jongen voorop onze boot zachtjes in het Laotiaans te zingen. Ik vindt het wel een mooie setting maar als we het bootje naderen waar de kinderen in zitten zijn zij druk met elkaar in gesprek en blijkt dat ze zich ergeren aan het gezang van de roeier. Op enig moment worden we in de grot uit de bootjes gezet en een trap op gewezen. De jongens spreken geen woord Engels dus wat ze precies bedoelen is ons niet duidelijk. We lopen de trap op en komen in grotere zalen en klimmen omhoog. Er is verlichting aangebracht maar of dat een looproute zou moeten aangeven weten we niet. Als we een opening met daglicht zien, vermoeden we dat dat de uitgang zal zijn en klauteren die kant op. Dan komen we een franse vader met jonge kinderen tegen die met een Laotiaanse gids rondgeleid wordt. Zo komen we er achter dat het gat in de rots geen uitgang is en dat we gewoon terug naar de bootjes moeten om via dezelfde route de grot weer te verlaten.

Na ons bezoek aan de grot gaan we weer terug naar Thakhek. Als we bij een restaurantje genieten van een hapje en een drankje begint het opnieuw donker te worden. Vanonder het afdak kijk ik naar het schouwspel van de aanzwellende wind en de regen die er op volgt. Ik raak aan de praat met een man naast me. Hij blijkt uit Australië te komen en al 8 jaar in Laos te wonen. Acht jaar gelden uit Australië vertrokken om te gaan reizen omdat ie het leven daar zat was. Komt in contact met een Laotiaanse die Engels spreekt en dat is zijn huidige vrouw. Samen een kind en als bron van inkomsten een shop, ergens in een dorp vlakbij Thakhek. Hij vertelt dat hij eigenlijk kunstenaar is, maar volgens zijn vrouw brengt dat geen brood op de plank dus hebben ze de shop. Ik vraag nog wat door over zijn achtergrond en of hij nog wel eens terug naar Australië is geweest. Vanwege een mogelijke belastingclaim van een paar honderd dollar durft hij niet terug naar Australië, en bovendien bevalt hem de levenswijze in Australië niet meer.

Het intrigeert me steeds als ik dit soort dingen hoor. Net als de Belg in Phonsavan is ook deze Australiër gevallen voor de liefde van een Laotiaanse en heeft daarmee gekozen voor een totaal ander leven dan ze gewend waren. Bij beiden hoor ik ook een soort excuus over de levenswijze in hun geboorteland die, in negatieve zin, veranderd is. Als ik het goed begrepen heb, vinden ze hier meer gemeenschapszin en is het ‘makkelijker’ leven. De meeste mensen hier hebben geen lange termijnplanning, zeker financieel gezien niet. Als er een goede (rijst-)oogst is, geven ze dat uit en wordt niet opzij gezet voor het geval de volgende oogst misschien wel mislukt. Pensioen is vast geen woord voor in het Laotiaans want de nakomelingen zorgen voor de oudedagsvoorziening. En hoewel ik snap dat liefde mensen (vooral mannen volgens mij) tot ingrijpende beslissingen brengt, bespeur ik ook iets treurigs tussen de regels door. Het brengt ook offers met zich mee en ik kan me niet voorstellen dat die mannen zich niet af en toe afvragen of het het allemaal waard is. De Australië vertelde dat hij onlangs zijn Australische paspoort bij de ambassade heeft laten vernieuwen. Hij houdt dus zijn geboorteland nog aan een ‘lifeline’. Geeft het toch een soort gemoedsrust om altijd nog terug te kunnen? Misschien staat het allemaal te ver af van mijn eigen leven en situatie maar ik ben blij dat ik mag komen kijken, door de ogen van een toerist, en mijn herinneringen mee terug neem naar het land waar zoveel mensen klagen, over het weer, over de regerende politici, over een verkeerd liggende stoeptegel, over het geluid van een jaarlijks evenement, over het openbaar vervoer, over iedere Euro belasting die men moet betalen, maar niet voor niets ook het land dat iedere keer in de top tien van gelukkigste landen ter wereld staat (Bron: World Happiness Report).

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: