Mumbai, selfies en de slum

In het zuiden van Goa hebben we via Airbnb een huis gehuurd, dicht bij het strand. De gehuurde scooters worden bij het huis afgeleverd zodat we gelijk de verschillende stranden kunnen gaan ontdekken. Tijdens een boottochtje zien we dolfijnen en met de jongens word ik een dag beziggehouden met canyoning. Dat wil zeggen: we springen en abseilen van de rotsen, klimmen en klauteren door de vallei, in een prachtig natuurgebied.

schermafbeelding 2019-01-28 om 15.22.19

Om vanuit Goa een grotere afstand in kortere tijd af te leggen, besluiten we om met het vliegtuig naar Mumbai te reizen.

Als we maandag 21 januari 2019 landen in Mumbai zien we vlak naast de landingsbaan allemaal krottenwijken om vervolgens al taxiënd bij een hypermodern nieuw vliegveld aan te komen. Het is einde van de middag en dankzij onze Indiase simkaart bestellen we een Ola-taxi. Dit is een variant op Uber met als voordeel dat je bij Ola een grotere auto kunt selecteren zodat we er alle vijf, inclusief bagage, inpassen.

Ons hotel bevindt zich in het zuiden van Mumbai waar de Ola-chauffeur ons door het chaotische, drukke verkeer in een uur doorheen loodst. Eenmaal in het hotel komen we er alleen nog uit om op de hoek van de straat wat te gaan eten. De volgende ochtend hebben we een fietstoer geboekt. De fietstoer zou eigenlijk om 6.00 uur beginnen maar dat vonden we een beetje te vroeg, na overleg met de organisatie hebben we er 7.00 uur van kunnen maken.

Zo staan we, zonder ontbijt, de slaap nog in de ogen, schermafbeelding 2019-01-28 om 21.19.22bij een rommelige fietsenwinkel waar onze gids ons helpt met de fietsen. Het is nog (relatief) rustig op straat en de gids vertelt dat vanaf 8.00 uur de hectiek losbarst omdat dan iedereen door het drukke verkeer z’n weg naar werk probeert te vinden. We fietsen langs de Gateway of India, Taj Mahal hotel, Victoria Central Station en tussendoor wordt ons uitgelegd dat India veel Engelse overblijfselen heeft verwijderd. Zo zijn sinds 1995 veel Engelse namen veranderd in Indiaase. Bombay is veranderd in Mumbai en Victoria Terminus is veranderd in Chhatrapati Shivaji Terminus. Het treinstation dateert reeds van 1887 en is een UNESCO World Heritage Site. Dagelijks heeft het station zo’n 3 miljoen reizigers, voornamelijk forensen, te verwerken. Aan de gevel, onder de klok bevindt zich nu een lege plek waar voorheen een standbeeld van de oorspronkelijke naamgever heeft gestaan, Koningin Victoria.

Onderweg krijgen we een kopje warme chai (thee met melk) aangeboden bij een van de vele stalletjes. Inmiddels begint het al drukker te worden en veel mannen stoppen even voor een kopje chai op weg naar hun werk.

De gids neemt ons vervolgens mee naar kleine straatjes schermafbeelding 2019-01-28 om 21.19.40waar allerlei bloemcreaties verkocht worden. De bloemcreaties zijn bedoeld voor bruiloften of begrafenissen maar ook voor dagelijks religieus eerbetoon/ritueel in huis. Hier tussen de straatjes bevindt zich ook een vleesmarkt. Onze gids mag hier niet komen vanwege zijn geloof maar wij schermafbeelding 2019-01-28 om 21.20.31stappen naar binnen. De kraaien pikken van de opgehangen hompen vlees. Het vocht op de grond tussen de stenen is een mengsel van water en bloed. De geur van rauw vlees dringt in onze neuzen. Tussen de tafels en lage muurtjes zit een man op de grond tussen een berg kipfilets die door hem gesorteerd worden. Op een andere plek worden van grote stukken vlees, kleine stukjes gehakt. Bij het aanblik van dit alles hebben we even geen trek meer in vlees en bedenken dat het Hindoeïsme ook z’n voordelen heeft.

Na weer een stuk fietsen komen we bij stallen waar koeien gehouden worden. Hindoes geloven dat koeien heilig zijn dus als je een koe eten voert dan ben je goed bezig. De gids heeft voor ons daarom wat gras gekocht zodat wij onze goede daad kunnen verrichten. Als ik al die opeen gepakte koeien in die stallen zie, er van uitgaande dat ze nooit buiten komen aangezien deze stallen zich midden in de stad begeven, vraag ik mij af of het welzijn van de koeien nog een rol speelt in dit ritueel.

 

Het laatste stuk op de fiets lijkt bijna een suïcidale daad. Achter elkaar, de gids voorop, fietsen we over wegen die voor 2 rijbanen aangelegd zijn maar steevast als 3 in gebruik zijn. Luid toeterend probeert iedereen, auto’s, scooters, motoren, bussen, vrachtauto’s in schermafbeelding 2019-01-28 om 21.20.01te halen overal waar de minste mogelijkheid hiervoor lijkt te ontstaan. Sander heeft de fietsbel ontdekt en probeert al luid bellend boven het getoeter uit te komen. Ons, toch al opvallend verschijnen, schermafbeelding 2019-01-28 om 21.19.49trekt hiermee nog meer aandacht bij de voetgangers. Zolang we helemaal links blijven rijden en de auto’s ontwijken die zonder te kijken vanuit parkeerstand ineens wegrijden, is het nog te doen maar als we rechts moeten afslaan moet je er maar op vertrouwen dat de aansnellende auto’s geen fietser op hun motorkap willen en op tijd remmen. De handgebaren van de gids nemen we over, het luide getoeter soms negerend, en net zoals bij een ritje in de achtbaan is het ineens voorbij en staan we weer in het straatje van de fietswinkel.

’s Middags lopen we nog even naar de Gateway of India, om het nu van dichterbij te bekijken. Dit bouwwerk heeft iets weg van de Arc de Triomph en was bedoeld als eerbetoon aan Koning Georg V en Koningin Mary tijdens hun bezoek in december 1911. Als ze per boot in Mumbai aan zouden komen, zouden ze via de Gateway of India aan wal komen. Het bouwwerk was echter pas in 1924 klaar en Koning Georg V en Koning Mary hebben alleen een kartonnen model gezien. Tegenwoordig is de Gateway of India een enorme trekpleister voor toeristen. Toeristen in India zijn echter overwegend toeristen uit eigen land. Zo staan we als blanke westerlingen tussen de vele Indiase toeristen. Zoals we al eerder hebben ervaren duurt het ook nu niet lang of we worden door diverse mensen gevraagd en ongevraagd op ‘selfies’ gezet. Er zijn diverse fotografen die je, tegen betaling, ter plekke een foto kunt laten afdrukken en zo gebeurd het dat er zelfs mensen betalen om een afgedrukte foto met ons erop te hebben.

Het is een bijzondere ervaring waar we met elkaar over praten. De één vindt het vervelend, vooral als ze een selfie nemen en dan stiekem hun telefoon zo draaien dat 1 van ons er ‘toevallig’ bij staat. Het is ook een ervaring die beroemdheden misschien wel dagelijks hebben. De vriendelijkheid waarmee de Indiërs ons tegemoet treden en de dankbaarheid na een selfie, is voor mij een reden om alles glimlachend te accepteren. Regelmatig wordt ook gevraagd waar we vandaan komen; “name of country sir?”. Het is zelden duidelijk of het antwoord dat wij geven een beeld oproept bij de vraagsteller. Er volgt dan ook meestal een reactie in de trant van: “oh” of de uitgebreidere versie: “oh, nice”. En dan een glimlach, een hand, en ze gaan weer verder.

Op woensdagmiddag hebben we een rondleiding geboekt door één van de bekendste slums in Mumbai. Aanvankelijk had ik mijn westerse, bevooroordeelde bedenkingen over een rondleiding door een sloppenwijk: ‘om te zien hoe arm mensen het hier hebben’. De website van de organisatie stelde dit echter al snel bij want hier lees ik dat 80% van de opbrengsten van de rondleidingen ten goede komt aan de gemeenschap van Dharavi. Uiteraard speelt een portie nieuwsgierigheid en “dit is goed voor de verwende tieners” ook een rol.

’s Ochtends moet er wat schoolwerk gedaan worden en de locatie die hiervoor gekozen wordt is de “Starbucks”. Aangezien ik liever het straatbeeld aanschouw besluit ik op zoek te gaan naar een barber. In Thailand durfde ik mijn baard niet onderhanden te laten nemen en na mijn ervaring bij de kapper in Bangkok was dat, denk ik, niet voor niets. Hier in India zie ik veel meer mensen met een baard en de mijne heeft een onderhoudsbeurt nodig, dus dat zou hier moeten lukken. Na de wijk, waar de Starbucks zich bevindt, kris-kras doorkruist te hebben en onverrichter zake weer bij de Starbucks aan te belanden, wend ik mij tot iemand op straat. Er blijkt even verderop een barber te zitten. De met zwart plastic beplakte ramen verhullen de kapper annex barber. Achter een klein toonbankje zit iemand die bevestigend antwoord op mijn vraag, de prijs van 200 rupees (minder dan 3 euro) noemt en wijst naar de drie kappersstoelen. Van achteruit de zaak komt een kerel aangelopen en ik vraag, al wijzend op mijn kin: “beard?”. Met een grapje, waar diepe ernst achter schuilgaat, wijs ik hem erop dat ie niet de hele baard moet afknippen. Op dat moment is er al geen weg meer terug en geef ik me over. Er wordt een witte lap om mijn nek gebonden en aan de rechterkant gaat de schaar erin. Al snel is hij blijkbaar klaar met de rechterzijde en stelt een vraag, waar ik geen woord engels in herken. Even ben ik geneigd om bevestigend te antwoorden zodat ie niet verder gaat met rechts maar zich gaat concentreren op links. Mijn niet-begrijpende uitstraling doet een dame die ik via de spiegel kan zien zitten, ingrijpen door het voor mij te vertalen: “do you want it shorter?”. “No, no, no, not shorter!!!!”. De kapper gaat nu over naar de linkerzijde en al snel wordt de schaar terzijde gelegd. Met een plantenspuit krijg ik onaangekondigd water in mijn gezicht gespoten zodat de losse haartjes er met een handdoek vanaf geveegd kunnen worden. Nog niet eerder is mijn baard zo snel bijgewerkt. Het is een stuk korter dan ik voor ogen had en later merk ik dat rechts niet even lang is als links.

Om 15.00 uur staan we op het nauwkeurig aangegeven punt van het treinstation waar we opgehaald worden door onze gids voor de slumtour. Een Nederlands echtpaar blijkt bij onze groep te horen en we raken al snel aan de praat met Henk en Ann (beide begin 70). Henk en Ann gaan altijd de maand januari met vakantie. Hoewel ze alles van tevoren via een reisorganisatie hebben laten boeken, hebben we toch bewondering voor ze dat ze India als reisbestemming hebben gekozen. Onze gids begeleidt ons naar de juiste trein omdat Dharavi wel midden in Mumbai is gelegen, maar ons hotel zich in het zuiden ervan bevindt. Gelukkig is het treinstation het beginpunt van de trein waardoor we zitplaatsen hebben, want de stations erna proppen zich er nog heel veel mensen bij. De deuren van de treinen sluiten niet, hierdoor is de capaciteit van het aantal passagiers net iets groter. Het station vóór het station waar wij er uit moeten, laat onze gids al weten dat we ons richting de deuren moeten wurmen want de trein stopt maar 15 seconden.

Op het station voegen drie Engelsen en twee vrouwelijke gidsen zich bij onze groep waarna we lopend verdergaan. Voordat we Dharavi in gaan, wordt ons verteld dat het maken van foto’s niet is toegestaan uit respect voor de mensen daar. Dharavi bevindt zich op een oppervlakte dat vergeleken wordt met de helft van Central Park in New York en waar zo’n 1 miljoen mensen wonen en werken. De definitie van een slum is: bebouwing op grond van de overheid. Dharavi is echter al ontstaan rond 1800 toen dit gebied nog moerasland was en vissers zich hier vestigden. De stad is er in de loop der tijd omheen gebouwd waardoor Dharavi in de stad is komen te liggen.

Het eerste deel waar we lopen lijkt eigenlijk op een typisch Indiaas tafereel. Een weg, huizen met op de begane grond een winkeltje/stalletje, veel mensen, herrie en afval. Dan komen we in smallere steegjes en leiden de gidsen ons naar het commerciële deel. Zo is er een groot deel waar plastic wordt verwerkt. Plastic afval wordt hier verzamelt, en, zo vertelt de gids, zelfs vanuit Europa geïmporteerd, om hier handmatig uit elkaar te worden gehaald, gesorteerd, gewassen, in kleine stukjes vermalen, gesmolten, geperst en weer doorverkocht. In een kleine ruimte met bergen plastic, zitten een paar mannen op blote voeten, op de grond. Eén ervan zit met een schroevendraaier een plastic elektronische vliegenmepper uit elkaar te schroeven. Buiten staan grote zakken met op kleur gesorteerde stukken plastic. Als we verder lopen staan we voor een kleine ruimte waar een enorme herrie uitkomt. Er staat een shredder waar bovenop een man, zonder enige bescherming, plastic in stopt dat onder luidt geraas vermalen wordt tot kleine stukjes die er aan de onderkant uitgespoten worden. Daar staan twee andere mannen die de uitgespoten stukken plastic met een kartonnetje bij elkaar vegen. Ik kan er niet naar kijken zonder mijn oren af te dekken vanwege herrie, terwijl de man bovenop de shredder een grijns trekt en z’n duim opsteekt.

Er wordt ons verteld dat het loon van deze mensen begint bij 250 rupees per dag (circa € 3,-), de mensen die met een machine werken krijgen iets meer. Daar waar het plastic met chemicaliën wordt gereinigd krijgen we niet te zien, want dat is te gevaarlijk. De mensen die daar werken krijgen nog iets meer betaald want die worden meestal niet oud, ze offeren hun leven op om iets meer geld voor hun familie over te houden.

Overal zien we stroomdraden want de overheid voorziet 24 uur per dag in stroom zodat de commerciële activiteiten niet gehinderd worden door een gebrek aan stroom. De stroom wordt ook gewoon betaald aan de hand van het verbruik, wat we kunnen zien door de diverse elektriciteitsmeters aan de gevels. Schoon water stroomt 2x per dag door een aantal leidingen zodat er op talloze plekken tonnen met water staan om het schone water in op te vangen.

Bij weer een wat bredere straat met stalletjes kunnen we bij een winkeltje wat eten of drinken kopen. In het kleine winkeltje sta ik een flesje cola af te rekenen als Henk binnenkomt. Met zijn imposante gestalte beent hij tot ie in het midden van het winkeltje staat en roept in ‘oer-hollands-engels’ naar iedere aanwezige Indiër: “Chips?!”, “Potato?!”. Het is dat ie er een vriendelijke grijns bij trekt anders zouden de medewerkers wellicht hebben gedacht dat het om een overval ging.

Door een labyrint van smalle, vieze steegjes lopen we langs kledingmakers waar mannen op de grond achter naaimachines zitten, langs metaalbewerkers en allerlei andere commerciële activiteiten. Dan komen we bij een wat grotere straat met een rivier en hier vertelt de gids dat de sanitaire voorzieningen in Dharavi een groot probleem zijn. Slechts enkelen hebben een toilet, de meesten zijn aangewezen op de openbare toiletten. Alle riolen komen ongefilterd in de rivier terecht die rechtstreeks in verbinding staat met de zee. Mochten we in Mumbai naar het strand gaan, dan moeten we vooral niet de zee in gaan, zo wordt er nog aan toegevoegd.

Als we verder lopen komen we meer in het ‘woongedeelte’. De steegjes worden zo smal dat daglicht nauwelijks doordringt en vaak moeten we ons bukken om niet tegen bedrading, of uitstekende bouwsels te lopen. Hier hebben ook de opnames voor de film “slumdog millionair’ plaatsgevonden. Het zijn allemaal stenen gebouwen die uit allemaal hele kleine woninkjes blijken te bestaan. Eén ruimte per gezin, die dienst doet als woonkamer, keuken en slaapkamer. Kinderen moeten tot hun 14enaar school waarna ze, onder begeleiding, arbeid mogen verrichten. Er bevinden zich een aantal scholen, waaronder een (gratis) overheidsschool, privé-school, gesubsidieerde school etc. De bewoners wonen hier van generatie op generatie en willen hier ook niet weg. Er is een enorme gemeenschapszin, iedereen helpt elkaar. De moslims en de hindoes wonen enigszins gescheiden maar werken vaak wel samen. We eindigen de rondleiding in het oudste deel van Dharavi. Hier hebben de bewoners net iets grotere woningen en bevindt zich een pottenbakkers gemeenschap. De met de hand gemaakte potjes, bakjes, lampjes etc. worden elders in de stad verkocht.

De overheid zit een beetje in z’n maag met de vele slums (meer dan 1.000 in Mumbai!). Zo zijn er projecten gestart waarbij de overheid de slums platgooit en er appartementen voor in de plaats zet. In Dharavi wilde men dit ook doen echter zonder vervanging van de werkplaatsen en fabriekjes. Dit stuitte op zoveel verzet dat ze dat plan weer hebben laten varen. Bovendien willen de meeste bewoners helemaal niet dat hun vertrouwde plek waar families al van generatie op generatie wonen, veranderd wordt in appartementencomplexen.

De Hollandse Henk en Ann willen bij een dame die handgemaakte keramieken potjes heeft beschilderd, wat kopen. De gids bemiddelt want het Engels van Henk en Ann is beperkt, net als dat van de verkoopster. De prijs is 300 rupees voor 6 potjes (ca €4). Henk en Ann hebben niet kleiner dan 1.000 rupees en dat willen ze er ook graag voor betalen. De verkoopster snapt het niet, de gids probeert Henk en Ann duidelijk te maken dat het teveel is, waarna Henk nog luider aangeeft dat hij toch echt 1.000 rupees wil betalen. We hebben de uitkomst niet afgewacht en zijn alvast verder gelopen.

n.b: de organisatie van de rondleiding heeft onderstaande foto’s d.m.v. een link beschikbaar gesteld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: